Ze liggen op een steenworp afstand van Istanbul, maar je waant je in een andere wereld. De Prinsessen Eilanden. Wie Istanbul bezoekt, mag ze niet missen. Pak de pont bij Sirkeci, naast de Galatabrug in het centrum van de oude stad.
Zeemeeuwen volgen de ferry op voet. Ze maken duikvluchten en vangen getraind de stukjes sesambrood, de Turkse simit , die passagiers hen toegooien. Het is een mooi spel. De ferry, vertrokken van Kadiköy aan de Aziatische kant van Istanbul, is op weg naar de Prinsessen Eilanden in de Zee van Marmara.
Iedereen die even wil ontsnappen aan de hectische metropool met zijn miljoenen inwoners, stapt op de boot. Scholieren, jonge stelletjes, families met volle koelboxen. Klaar voor een picknick op de eilanden. Het merendeel stapt af op het laatste eiland dat de ferry aandoet: Büyükada. De naam betekent letterlijk ‘groot eiland’ en Büyükada is niet alleen het grootste, maar ook het mooiste eiland van deze archipel met in totaal negen eilandjes, waarvan vier onbewoond. Slechts een kleine dertig kilometer van Istanbul, een dik uur varen, maar het contrast met de stad aan de overkant kan niet groter zijn. Ineens sta je in een andere groene wereld. Hier geen toeterende auto’s of scheurende minibusjes. Nee, de eilanden zijn autovrij. En dat is een verademing.
Koetstaxi’s
Hier rijden alleen fietsen en paardenkoetsjes. Heel veel koetsjes. Alleen op Büyükada rijden er al dik tweehonderd rond. Zij zijn de taxi’s van de eilanden.
De tachtigjarige Renzi Orak is één van de taxichauffeurs. Al meer dan 55 jaar brengt hij elke dag door op de bok van zijn koets hier op Büyükada, net als zijn vader vroeger. Hij staat op het paardenpleintje, vijf minuten lopen van de haven waar de ferry’s aanleggen.
De tientallen paarden en de oude koetsiers met hun kleurige karretjes zijn een mooi gezicht. Een omroeper schalt de nummers van de koetsen over het plein. Nummer vijftien mag naar voren komen. De passagiers stappen in en nummer vijftien is vertrokken. Op krukjes aan de rand van het plein slaan oude eilandbewoners, uiteraard met een glas Turkse thee, het tafereel gaande.
Naast de ‘taxistandplaats’ ligt het centrale plein van het eiland, met in het midden een kloktoren, gebouwd in 1923, het geboortejaar van de Turkse Republiek. Wandel verder de straten in. Het is heerlijk struinen door de brede groene straten met hun imposante huizen, die herinneren aan vroegere tijden. In de Byzantijnse tijd werden prinsen en prinsessen naar deze eilanden verbannen. In die tijd, toen Istanbul nog Constantinopel heette, werden de eilanden voornamelijk bewoond door Grieken. Later in de Ottomaanse tijd verhuisden ook rijke Joodse en Turkse families naar de eilanden. De enorme villa’s, in Victoriaanse stijl gebouwd, werden toen neergezet. Veel van de panden zijn in oude glorie hersteld, andere zijn aan hun lot overgelaten. Een oude man, die met z’n paard en wagen watertanks rondbrengt, steekt een sigaretje op. Een kat rekt zich uit in de zon. Verderop een pleintje met een kleurig bloemenkraampje.
Kleermaker
In een piepklein winkeltje zit de zeventigjarige Selahattin achter zijn – waarschijnlijk evenoude – naaimachine. Het is de klerenmaker van Büyükada. Hij heeft wel tijd voor een praatje. Het eiland is veranderd, vertelt hij. De meeste Grieken zijn vertrokken. ,,Vroeger klonk de Griekse muziek hier door de straten, iedereen kende elkaar. Die tijd komt niet meer terug.”
Hij is zelf geboren en getogen op het eiland. ,,Als ik Büyükada. verlaat, dan sterf ik”, zegt hij met een glimlach. In het winkeltje zit ook zijn oude vriend, Ismet (75), eveneens een geboren eilander. Een grote glimlach verschijnt op zijn gezicht wanneer hij hoort dat de bezoekers uit Nederland komen. Hij heeft er zelf twintig jaar gewoond. In Rotterdam, vertelt hij in bijna accentloos Nederlands. Maar hij wilde terug naar zijn eiland. De wereld is klein, zo blijkt maar weer.
Büyükada verder verkennen kan natuurlijk per koets (‘Kleine of een grote tour?’, is de standaardvraag van elke koetsier), maar het kan ook prima met de fiets. In de straten rond het centrale plein worden fietsen aangeboden, voor nog geen twee euro per uur. Een aanrader: een paar keer trappen en je fietst de bewoonde wereld uit, de natuur in. De weg rond het eiland, een kleine twaalf kilometer, is heuvelachtig maar niet te steil. Schrik overigens niet als je onderweg ineens een loslopend paard tegenkomt, dat is hier de normaalste zaak van de wereld.
Een belletje klinkt, een koetsier passeert. Een oude man met stok kuiert voorbij. En dat is het. De stilte is een verademing. Uitblazen kan op een terrasje aan de andere kant van het eiland. Ook hier is een schitterend uitzicht op de zo blauwe Zee van Marmara. De eigenaar, heeft in een opwelling, een aantal hangmatten opgehangen. Een slimme zet. Wees gewaarschuwd, opstaan wil je niet meer.
Onderweg een kruising, het is de weg die het eiland doormidden snijdt. De bosrijke weg leidt naar een plein waar de koetsiers wachten op hun klanten die de steile tocht naar de Ayia Yorgi Kerk en klooster boven op de ‘berg’ maken Het kleine Grieks-orthodoxe kerkje met zijn prachtige iconen, de oude priester met zijn grijze baard en niet te vergeten het spectaculaire uitzicht over de eilanden is de klim naar boven zeker waard.
Rust
Op naar Heybeliada. Een kwartiertje met de boot van Büyükada en je staat er. Een stukje kleiner dan de buurman en nog iets rustiger.
Al op de ferry vallen de grote witte gebouwen aan de kust op. Het is de Marine Hogeschool, sinds 1773 op het eiland gevestigd. Op het eiland kom je dan ook de studenten, in hun witte pakken, tegen.
Verder aan de kade, net als in Büyükada, de schitterende oude panden en uiteraard de koetsjes. Een paar blokken achter de kust, het centrale pleintje van het eiland met de rode Grieks-orthodoxe St.-Nicolaaskerk, gebouwd in 1857. Het kerkje is een mooi startpunt voor een wandeling. Verder het dorp in, opnieuw de imposante villa’s, er lopen minder toeristen rond dan op grote broer Büyükada. Vlak bij het plein zit ook het huis van Ismet Inönü, de voormalige president van Turkije. Hij huurde het huis voor het eerst in de zomer van 1924 en hij wilde hier niet meer weg. En wie geeft hem geen gelijk. Op dit eiland heerst rust met hoofdletter R.
Boven op een van de vier bergen die het eilandje rijk is, de Umit-berg, hét klooster van Heybeliada, Aya Triyada. Tot 1974 bevond zich hier een seminarie, het opleidingsinstituut voor de Grieks-orthodoxe Kerk. Studenten uit de hele wereld kwamen hier om hun priesteropleiding te volgen. In 1974 werd de school echter door de Turkse regering gesloten en zo is het – ondanks de grote druk van de Europese Unie om de school te heropenen – tot op de dag vandaag. Heybeliada leent zich prima voor een lange wandeling. Wandel langs het haventje, waar de vissers hun netten repareren, waar de kleurrijke bootjes schommelen op het water. Loop verder en je zit zo midden in de ongerepte natuur.
Verderop en dichter bij Istanbul liggen de zo mogelijk nog rustiger en kleinere eilandjes Burgazada en Kinaliada. Wie alleen de rust, de zon en nog minder toeristen zoekt, is daar aan het juiste adres.
Visrestaurantjes
Aan de waterkant van Büyükada zitten talloze visrestaurantjes. Restauranthouders proberen de bezoekers te verleiden plaats te nemen aan hun tafeltje. Allerlei soorten verse vis, calamares en kreeften liggen klaar in vitrines. Vis móet je inderdaad hier eten. Hier aan het water, met uitzicht op de boten en met aan de overkant de imposante skyline van Istanbul.
Meer informatie:
De Prinsessen Eilanden liggen in de Zee van Marmara voor de Aziatische kust van Istanbul. De eilanden (in het Turks adalar ) Büyükada, Heybeliada, Burgazada, en Kinaliada zijn met veerboten eenvoudig te bereiken vanaf Sirkeci en Kabatas, pieren dicht bij het toeristische centrum Sultanahmet, in de oude stad van Istanbul, vlakbij de Galatabrug. Büyükada is het grootste eiland en hier zijn dan ook de meeste hotels en restaurants te vinden. In zomerse weekends kan het erg druk zijn op de vuurboten. Veel Turken trekken dan massaal naar de eilanden om te picknicken.
Website: http://www.adalar-istanbul.org/
Bron: Nederlands Dagblad
Geen gerelateerde bijdragen.
















Er is 1 reactie
Ziet er leuk uit. Ik wist niet eens van het bestaan hiervan! de volgende keer dat ik in Istanbul ben, ga ik hier zeker eens een kijkje nemen
1 april 2010 om 12:15